Voor wie ervoor kiest om met Agenda 22
aan de slag te gaan, geven we graag
enkele richtlijnen mee.
1.
Analyseren is een must
2.
Vlaanderen is (soms) anders
3.
Werk in stappen, alles in één keer is nefast
4.
Niet naast, maar met elkaar werken
Analyseren is een must
Agenda 22 besteedt – volkomen terecht –
veel aandacht aan analyse.
Een grondige en breed gedragen analyse
zorgt ervoor dat veel discussies
achteraf niet meer nodig zijn.
De tijdsinvestering wordt snel een
tijdswinst.
Het blijft nuttig om een analyse te
maken over alle beleidsdomeinen heen,
maar een analyse per beleidsdomein is
ook zinvol.
Vlaanderen is (soms) anders
Een aantal domeinen zijn niet, of
minder, relevant in Vlaanderen dan
pakweg in Zweden en Nederland.
Gemeenten spelen bij ons geen rol bij
het toekennen van hulpmiddelen en
zorgverstrekking.
Toch loont het de moeite om na te gaan
welke elementen hier toch van toepassing
zijn en hoe de gemeente hiermee omgaat.
Eenvoudig gezegd, wie de 22 domeinen één
voor één wil analyseren, moet rekening
houden met het soms on-Vlaamse karakter.
Werk in stappen, alles in één keer is
nefast
Een analyse maken over verschillende
beleidsdomeinen heen, is reeds een ferme
investering.
Een plan maken om op al deze domeinen te
werken, is meestal niet zinvol, tenzij u
over veel mankracht, energie en vooral
veel ‘goesting’ beschikt.
Een stappenplan met realistische en toch
uitdagende doelstellingen en concrete
acties met meetbare indicatoren, is
zinvoller. Verstandig is bijvoorbeeld
wel om jaarlijks één tot twee domeinen
grondig aan te pakken.
Zorg er wel voor dat uw stappenplan over
meerdere jaren loopt, anders gaat de
idee van ‘het geheel’ weer verloren.
Agenda 22 zorgt er in elk geval voor dat
we automatisch afstappen van ‘ad hoc’
werken en beter gestructureerd aan het
werk gaan.
Niet naast, maar met elkaar werken
Agenda 22 staat voor mainstreaming.
Mensen met een beperking staan centraal.
Het is de bedoeling dat gelijke kansen
gecreëerd worden met het oog op een zo
natuurlijk mogelijke deelname aan het
maatschappelijk leven.
Dit kan, en hier is de methodiek heel
formeel, niet zonder participatie van de
doelgroep.
Waar het wel eens fout loopt is de wijze
waarop met (of naast) elkaar gepraat
wordt.
Het kan heel zinvol zijn om de meeste
zaken samen – politiek, gemeentelijke
medewerkers èn personen met een handicap
– af te spreken, in één overleg.
Ieder kan dit uiteraard met zijn eigen
groep voorbereiden, maar de bespreking
zelf, gebeurt best in overleg.
Ervaring in Nederland leert dat dit
ertoe leidt dat mensen elkaars wensen,
noden èn beperkingen beter leren
begrijpen en hier adequater mee omgaan.
Mensen met een beperking moeten sterker
worden in bestuurlijk denken (om zo het
bestuurlijk apparaat beter te begrijpen
en te beïnvloeden).
Politiek en gemeentelijke medewerkers
hebben nood aan meer inzicht in
problemen van de doelgroep en in
uitsluitingsmechanismen.